maandag 25 november 2013

Venlo

In het kader zonder actualiteitswaarde een schrijven over Venlo. Daarmee doen we auteur en zwarte man Cutileiro geen recht. Zijn schrijven doet er wel degelijk toe. Zijn slotzinnen over clubkleuren raken ons, ze raken ons diep met in het achterhoofd de eerste analyses over een half jaar vernieuwde Jupiler League. De betrokkenheid die Ajax 2 en PSV 2 genereert willen we niet weten. Nee, dan liever VVV of gewoon de voormalige SC.


Zwarte man Mensema en ik zijn generatiegenoten. En hoewel we allebei ook nog eens zeer actief waren in de alternatieve Groninger muziekscene van de jaren tachtig, hebben we elkaar in die periode bijna nooit gezien of gesproken. Er was één uitzondering: Venlo.

Op een koude winterdag in de eerste helft van de decade was Crimes of Nature, de band van Mensema, uitgenodigd om te spelen in hetzelfde jongerencentrum waar ik ook speelde met Soul Ranch. Onze band had eerder The Primitives geheten maar nadat in Engeland een band met dezelfde naam doorbrak, zagen wij ons genoodzaakt die van ons te veranderen. Soul Ranch, op dat moment bestaande uit zanger Jan, gitarist Sipke, tovenaar in elektronica Frits, drummer Joost en ikzelf, was in gescheiden porties naar Noord-Limburg afgereisd. Joost, Frits en ik reden in Joosts wagen met de instrumenten zuidwaarts terwijl Sipke en Jan later per trein arriveerden.

We werden aan het eind van de middag samen met Crimes of Nature onthaald in het jeugdhonk. Onze gastheer was een tamelijk lange Limbo met complexe haardracht en een ringetje door z’n neus. Dat laatste vonden we wel stoer maar ook een beetje eng. Piercings zouden pas een tiental jaren later gemeengoed worden. Er was afgesproken dat de bands een maaltijd zouden krijgen. Een volkorenbrood uit de supermarkt lag op tafel en op een elektrisch kookplaatje werd een grote pan met twee liter water aan de kook gebracht. Hier werd een niet al te groot blik bruine bonen aan toegevoegd en ziedaar: een hartelijke ontvangst Venlo-style.

Beide bands bestonden uit welopgevoede jongens die ietwat bedeesd deze karige maaltijd tot zich namen, te verlegen en bescheiden om hier een punt van te maken. Bovendien was er geen tijd om snel iets anders te regelen want er moest natuurlijk nog een soundcheck plaatsvinden en om half negen zouden de zaaldeuren open gaan en de vele muziekfans binnen komen.

Wij speelden als eerste band. Zanger Jan had een stuk waslijn meegenomen dat hij boven het podium spande. Daaraan hing hij met wasknijpers tientallen zwart-wit fotokopieën die hij ’s ochtends nog in Groningen in de bibliotheek had gemaakt van een beroemde foto van Johnny Cash, waarop die een pistool voor zijn gezicht houdt. Dit was onze act, bedoeld ter ondersteuning van het nummer ‘Psychopath Cowboys’, dat wij toen net gecomponeerd hadden en waarmee wij serieus dachten de wereld aan onze voeten te gaan krijgen.

Het geluid werd getest en de aanvangstijd naderde, we waren zelfs al even voorbij het tijdstip op de affiches. Dus kregen we van Complexe Haardracht te horen wat bands zo vaak horen: “Straks wordt het drukker” en een uur later het onvermijdelijke “het is anders altijd veel drukker”. Desondanks speelden wij vol vuur onze set die wij besloten met het mateloos herhalen van het refrein

“Psycopath cowboys keep their pistols hidden in Bibles!”

en daar achteraan nog onze traditionele showstopper ‘Mad Junta Swing’.
De Crimes of Nature klapten hard voor ons, evenals de paar vrijwilligers van de sociëteit en wellicht nog drie tot vijf binnengedruppelde Venlonaren. Dit alles moet u zich voorstellen in helwitte bouwlamp-achtige verlichting. Want de vrijwilliger die zou zorgdragen voor het licht was niet komen opdagen en had ook geen kekke kleurenfilters voor de lampen geklemd.

Er volgde een korte pauze en toen kwam Crimes of Nature in actie. Tijdens hun eerste nummer ging Mensema al meteen als een dolleman tekeer, sprong telkens omhoog om een voor een de foto’s van Johnny Cash van de waslijn te rukken. Wij waren eigenlijk best wel trots dat ons bescheiden podiumdecor zelfs nog een tweede leven ging leiden. De muziek van Crimes of Nature was donker en duister, terwijl wij nog enige lichtvoetigheid hadden betracht. Maar al met al kon je zeggen dat qua repertoire beide bands redelijk goed bij elkaar pasten. Dit was overigens niet besteed aan het publiek. Ze hingen inmiddels alle drie (of vijf? daar wil ik vanaf zijn…) aan de bar. Het was kortom zo’n gezellige muziekavond zoals je in de eighties wel meer had.

Ook de terugtocht uit Venlo was voor Soul Ranch een gescheiden aangelegenheid. Frits en Joost reden ’s nachts terug naar Groningen. Wat er precies heeft plaatsgevonden in de auto zal altijd wel onduidelijk blijven, feit is dat enkele dagen later Frits zich beriep op zijn anciënniteit en eiste dat Joost uit de band zou worden gezet. Maar waarom dan, vroegen wij hem. “Hij heeft bijna vier uur lang z’n mond niet gehouden over computers.” Dat was in die jaren nog een betrekkelijk nieuw fenomeen, de computer. Overigens hebben we Joost nooit daadwerkelijk hoeven ontslaan want niet lang daarna deelde hij ons mee zelf te moeten opstappen. Hij was afgestudeerd als natuurkundige en had een baan gekregen in Nijmegen, bij een van de eerste microchipfabrieken van Europa. De ironie wil overigens dat Frits tegenwoordig het computernetwerk beheert van een aantal samenwerkende welzijnsorganisaties.

Jan, Sipke en ik bleven in Venlo. Ook dat was van tevoren geregeld, we mochten blijven slapen. Hoe we op ons logeeradres zijn gekomen kan ik mij eerlijk gezegd niet meer zo goed herinneren. Wij waren gewend een bepaalde hoeveelheid bier te drinken na afloop van een optreden. Maar die hoeveelheid was afgestemd op een redelijke maaltijd, een voedzame bodem, toch minstens een daghap in de mensa van Vera. Maar ditmaal dronken we ons bier op een plasje bonenwater en twee sneetjes droog brood. Andere koek.

Maar ik weet nog wel heel goed hoe ik wakker werd. Het was steenkoud en we waren meegegaan met Complexe Haardracht die als een soort kraakwacht woonde in een haveloze portiekflat. De centrale cv werd niet meer gestookt, alternatieve warmtebronnen waren er niet. Het gebouw deed me denken aan beelden die ik alleen maar kende van foto’s uit Londonderry of Belfast tijdens de troubles. Al waren de gaten in de muren en kapotte ramen hier niet veroorzaakt door kogelinslagen. Of misschien ook wel? Wie zal het zeggen. Het was van een zeldzame troosteloosheid. Onlangs sprak ik Mensema en ik begreep dat ook Crimes of Nature in een soortgelijke woning hebben overnacht, daarbij veelvuldig gestoord door enthousiaste muziekliefhebbers die tot diep in de nacht hun cassettes met zelf gemaakte compilaties lieten horen.

“Zal ik ontbijt halen?” vroeg onze gastheer, die beschikte over louter lege proviandkasten. De maaltijd van de vorige avond indachtig besloten wij vriendelijk te weigeren en te voet richting station te gaan. Ik zou van hier naar Utrecht reizen, voor familiebezoek. Eenmaal in de trein, met een broodje en een kopje koffie, kreeg ik het voor het eerst in een halve etmaal weer lekker warm. Sipke en Jan reisden naar Groningen. We waren allemaal een ervaring rijker.

Ik ben nooit weer in Venlo geweest. Het gevoel dat ik aan de stad heb overgehouden is dat er weinig – niets! – goeds vandaan kan komen. Het klinkt niet echt aardig, maar ik word zelfs heel blij elke keer dat VVV weer degradeert uit de eredivisie. Ook al omdat zij met hun clubtenue het ware geel/zwart-gevoel bezoedelen.

Venlo…

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen