maandag 16 juli 2012

Dag 2

Ontbijten met champagne en kaviaar kan in Rusland. Wodka heb ik niet gezien, maar er werd veel tomatensap gedronken. Dat was, volgens collega M., goed tegen een wodka-kater. Het eerste bezoek van de dag bleek aan het Nederlands consulaat in St. Petersburg, de tweede in het land, na die in Moskou. Een derde kwam er voorlopig niet, ook al waren mensen uit Jekaterinenburg vier dagen onderweg. In de hal een hele wand met Delfts blauw, op de muur geschilderd. Victoria Lourik, cultureel medewerker en van de perscontacten, ontving met thee en koffie (ik kon niet proeven of het Nederlandse was). De link met Nederland was geen verrassing. Wij ‘hebben wel iets met de Russen’ en St. Petersburg is gebouwd naar het voorbeeld van Amsterdam.
Andersom bleek er eveneens interesse. Zij reikten 5.000 visa per jaar uit en met Moskou erbij kwam dat op ergens tussen de 50.000 en 60.000 Russen die naar het land van Johan Cruijff en nederwiet reisden.
De reden van de interesse in ons kikkerlandje was divers. Een verklaring van Kouril luidde dat Nederland als ‘exotisch’ wwerd gezien. Het ging om Russische jongedames die een Nederlandse vriend hadden (of zochten) en als je een taal wilde studeren, was het een interessante optie. Engels dat leerde je vanzelf, Duits, Frans of Italiaans haalde je uit boeken, maar zo’n kleine taal, dat sprak niemand, dan had je wat bijzonders.
Er zou in 2013 weer iets te vieren zijn, een biënnale en dat had met de betrekkingen tussen Nederland en Rusland te maken, in 2003 werd immers het 300-jarig bestaan van de connectie gevierd.
Rusland veranderde, beaamde Kouril, werd opener, de mensen kregen het wat beter, al bleef de militia corrupt. Als je na een avondje stappen je papieren niet bij je had, moest je geld betalen. Een soort bedelen. De politie had het ook niet breed. Het leger evenmin, ondervond schrijver dezes toen hij voor het hotel even bij de rivier ging kijken en aangesproken werd door een streng kijkende jonge militair. Hij wilde een sigaret.
Sorry bro, ik rook niet meer.
Met de glasnost bleek het nog niet helemaal goed geregeld. Victoria gaf een prachtige omschrijving van de persvrijheid in Rusland: ‘Je mag van alles zeggen, maar wat er daarna gebeurt is dan je eigen verantwoordelijkheid’.
Geen bezoek aan St. Petersburg zonder in de Hermitage te zijn geweest. Daar waren we in no time, want Russen houden van opschieten. De chauffeur van het busje reed alsof we achtervolgd werden door gangsters die nog geld van hem kregen, elk stukje lopen ontaardde in een snelwandeling waarbij het groepje binnen de kortste keren uiteenviel en tijdens het eten had je het ene gerecht nog niet op of het volgende stond er al. Een viergangendiner is drie gangen in een rotgang. Dat bleek later op de dag tijdens de traditionele lunch in een restaurant met 1001 nacht in de naam en dat bleek nog later tijdens het avondeten in een Sushibar, waarbij we warme borsjt eten (bietensoep, erg Russisch) en dumplings voorgeschoteld kregen. Typisch Chinees dacht ik, maar het is ook typisch Russisch.
De Hermitage bezat volgens de gids drie miljoen stukken, waarvan uiteraard maar een klein deel wordt tentoongesteld. Alsof je een emmer leeg gooide. Een zaaltje Renoir hier, een zaaltje Matisse daar, hé, twee zaaltjes Picasso, wat beeldjes van Rodin, jawel, Rembrandt ontbrak niet, Van Gogh evenmin, hé verrek, Kees van Dongen en zo ging het maar door. Topstuk bleek een Rembrandt, Return of the Prodigal Son, inderdaad, Terugkeer van de Verloren Zoon. Wat de Mona Lisa voor het Louvre was, was die Rembrandt voor de Hermitage.
Tijdens de lunch gaf gastconservator Inessa Kouteinikova uitleg over het hoe en waarom van de expositie. Dat had te maken met de traditie van het Groninger Museum, dat met Repin, Russisch Landschap en Diaghilev veel moois uit het oosten haalde en in die serie is tot dusver een aspect onderbelicht gebleven: de rol van het Russisch Oriëntalisme in de schilderkunst in de negentiende en vroege twintigste eeuw. Vanuit een zo breed mogelijk perspectief werd daar naar gekeken, vandaar dat er ook kunst uit Kazachstan (wij willen Borat!), Armenië en Uzbekistan te zien zou zijn, zeg maar de Kaukasus en Centraal-Azië. De belangrijkste kunstenaar in de expositie was Vasilii Vereschchagin.
’s Middags brachten we in hoog tempo een bezoek aan The Institute of Oriëntal Manuscripts, Scientific Research Museum of the Russian Academy of Arts, State Russian Art Academy’s Library en het Russian Museum of Etnography. Allemaal interessante instituten waarin sinds de jaren vijftig niks was veranderd. Interessant in het manuscripteninstituut was een brief van Keizer Pu Yi (die van die film) aan tsaar Nikolay II, gedateerd op 29 december 1908. Wat er in staat werd niet duidelijk. Misschien iets als: ‘Hé hoe is het? Alles chill, compadre? Zullen we weer iets afspreken? Nog gedated met een leuk chickie?’ Het oudste manuscript was een papyrus fragment uit The Book of Dead, uit de tiende eeuw voor Christus.
Na het uitputtend programma (een persreis is gewoon keihard werken) moesten we aan het eind van de dag rennen om de trein naar Moskou te halen. Toen bleek dat het allesbehalve een homogene groep was. Van enig sociaal gedrag geen sprake. Ieder voor zich en God voor ons allen, dat werk. Het lukte ons allemaal, twee minuten voor de trein vertrok. Collega M. en ik kwamen als laatste aan, er door iedereen, op collega R. van RTV Noord na allemaal vrouwen, uit gelopen.
In het etnografisch museum, dat een half miljoen stukken beheert, uit van die kleine landjes als Turkistan en Turkmenistan, was ons verteld dat de burka een kledingstuk is dat gedragen wordt op bruiloften. Het was helemaal geen uiting van een diep religieus besef. Niks te fundamentalisten. Gewoon traditie, folklore. Een zucht van opluchting. Jongens, we kunnen weer opgelucht ademhalen in Nederland. Er is niks aan de hand!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen